Open voor het nieuwe

Open voor het nieuwe
Column door Marco Visser

‘Zing een nieuw lied!’ zo zingt de kerstpsalm 98, ‘…want hij bracht wonderen tot stand.’ Kerst is het feest van het nieuwe. Het bericht dat God het kleine, kwetsbare mensenbestaan verkiest boven het hoge goddelijk-hemelse: ongehoord. ‘Een nieuwe God zijt Gij, die onder ons wilt wonen, zo ver weg, zo dichtbij’ (Huub Oosterhuis). Daarom die oproep om een nieuw lied te zingen: dat ondenkbaar nieuwe, dat ons vanuit de hemel tegemoet komt, kan niet beantwoord worden met het stoffige gemummel van hetzelfde-liedje-als-altijd. Het vraagt om creativiteit, om nieuwe gedachten, nieuwe daden, vormen van nieuwe menselijkheid. Als deze God zo menselijk is, waar wachten wij dan nog op? Alle fantasie en verbeeldingskracht is nodig om dat woorden te geven, en handen en voeten.

Maar hoe is het met onze fantasie en creativiteit gesteld? Het lijkt me dat we steeds meer thuisraken in meer-van-hetzelfde. We leven steeds meer in onze bubbels, waarin we vooral horen wat we toch al dachten. We labelen onszelf en elkaar als links of rechts, theoretisch- of praktisch opgeleid, woke of niet woke en worden op sociale media vooral in ons eigen gelijk bevestigd. Over nieuw lied – of: the same old song – gesproken, Spotify kent mijn muzieksmaak beter dan ikzelf en biedt mij altijd precies aan waar ik behoefte aan heb (‘Speciaal voor Marco’) – maar nooit eens iets geks, iets wat totaal niet bij mij past, maar waarvan ik nog wel eens zou kunnen óphoren.

Een docent vertelde dat hij zijn klassen af en toe een creatieve opdracht gaf: dan deelde hij koffiefilters uit met de vraag om met een nieuw idee te komen: wat zou dit kunnen zijn als het geen koffiefilter was? Maak er iets anders van! De leerlingen gingen meteen met elkaar aan de slag en na een half lesuur vol praten, denken, over en weer roepen en samenwerken, kwamen de ideeën tevoorschijn: een lampenkap, een dameshoed, een… Je kon het zo gek niet bedenken. Maar het ging de docent niet om het resultaat, het ging hem om het proces, de gekkigheid en de gezelligheid. Ging elke keer goed, was altijd leuk. Maar nu, sinds een paar maanden gaat deze les ineens anders. De opdracht wordt uitgelegd, de studenten vallen stil, kijken elkaar wat aan en pakken na een paar minuten hun telefoon. Ze typen de opdracht in ChatGPT en komen vervolgens allemaal met ongeveer dezelfde ideeën. Nu is mijn eigen creativiteit weer gevraagd, zo besloot de docent zijn verhaal, hier moet ik iets op verzinnen.

‘En het geschiedde, plotseling vanuit de hemel…’ ‘Vrees niet, jullie is heden de redder geboren!’ En dat is wat er in de Bijbel voortdurend gebeurt: de werelden van mensen worden opengebroken. ‘Ga jij! Weg uit je land, uit waar je verwekt bent, naar een land dat ik je zal laten zien…’ krijgt Abraham te horen. ‘Samuël, Samuël!’ ‘Martha, Martha!’ Mensen worden geroepen en op een nieuw spoor gezet. En dan gáán ze ook. Mensen worden getroost en uitgedaagd en komen op nieuwe ideeën. Er komt iets van buiten op je af. Er klinkt een vreemde stem, de dingen worden anders.

De kerk is zo gek nog niet. Namelijk als de plek waar ons oude wereldbeeld en onze suffe levensbeschouwing (als het goed is) eens niet bevestigd wordt. De plek waar we (hopelijk) nu eens niet horen wat we al dachten. De plek waar je een beetje uit je eigen denk-kringetje getild wordt en aan nieuwe gedachten geholpen. Waar we zelfkritiek en humor aandurven. Waar iets vreemds klinkt, iets dat jou openzet. Ook in 2026: óp naar nieuwe dingen.


(Afb. Paul Klee, Narr in Trance, 1929)
 
terug